De verering van Alphons Ariëns vindt zijn oorsprong in een initiatief in 1935 van de rooms-katholieke Minister van Staat, voorzitter van de Tweede Kamer en oud-premier, jhr. Mr. Ch. Ruys de Beerenbrouck.  Na de standbeeldonthulling in Enschede in juni 1934 informeerde hij in januari 1935 te Rome naar de voorwaarden waaraan moest worden voldaan om de zaligverklaring van Ariëns mogelijk te maken.

De vorming van een comité en de benoeming van een postulator behoorden tot de eerste vereisten.  Bij de aartsbisschop diende vervolgens het verzoek te worden ingediend om een proces te beginnen.  Hierna had het comité de taak om de devotie tot de overledene en het inroepen van zijn hulp te propageren.  Plaatjes en prentjes dienden te worden gedrukt en gelovigen moesten worden aangespoord mirakelen te vragen.

In april 1935 startte Ruys de Beerenbrouck een initiatiefgroep van katholieke burgers.  Deze groep vormde van toen af het Ariëns-Comité, dat een jaarlijkse herdenking op de sterfdag organiseerde, documentaties en gegevens over gebedsverhoringen verzamelde en professor dr. Gerard Brom ondersteunde in het schrijven van een biografie van Ariëns.

Dit Comité zou tot halverwege de jaren tachtig vooral de herdenking in Maarssen stimuleren.  Daarbij richtte men zich vooral op de arbeiders en de leden van Sobriëtas, de katholieke matigheidsbeweging.

icon2