De voorgeschiedenis en de nasleep van het bekende Ariëns-portret van Toorop.

Hub Crijns is vice-voorzitter van het Ariënscomité

Op 15 augustus 1907 viert pastoor Alphons Ariëns in Steenderen zijn 25-jarig priesterschap met de hele parochie Sint Willibrord. Hij is dan 47 jaar. Voor het feest laat de pastoor een nieuwe toog maken en andere kleding opknappen. Hij viert zijn zilveren priesterfeest samen met de priesters van zijn wijdingsklas uit 1882. Zijn familie komt, evenals zijn vrienden Gisbert Brom, pater Rijken O.P. en pastoor Sloet. Velen feliciteren de pastoor met zijn feest, vooral schriftelijk. De zussen Clara Fischer-Ariëns en Elisabeth Goossens-Ariëns regelen het jubileum. Na afloop schrijven de zussen de jubileumkaarten als dank voor de felicitaties. Het parochiegeschenk is een bedrag om het kerkgebouw te schilderen. 

Ariëns portret door Jan Toorop

Het nationale geschenk bestaat uit een sanatorium voor katholieke drankzuchtigen en de financiering geschiedt via het Dr. Ariëns-fonds. Jan Toorop tekent, op voorstel van Gerard Brom (G. Brom, 1926) het bekende Ariëns portret in zwart krijt, dat verkocht zal worden ten bate van dit Dr. Ariëns-fonds. 

“Het was in de zomer van 1907. Een zonderling heer zwierf door het Gelderse dorp Steenderen. Losjes gekleed, met lang pikzwart haar, een fijne puntbaard en zachte ogen in zijn breed, bruin, Indisch gezicht. Deze stoer-geschouderde Javaan logeerde op de pastorie. ‘Wat deed hij daar toch?’, vroegen de dorpelingen zich af. De vreemdeling maakte lange wandelingen en rustte op een beschaduwd plekje in de tuin. ‘Zulke heren namen het er maar van!’ Die heer was Jan Theodoor Toorop, een vijftiger toen, sinds kort katholiek, erkend kunstenaar, met Vincent van Gogh en Piet Mondriaan vormde hij de Grote Drie van de Nederlandse schilderkunst aan het begin van de vorige eeuw. 

Toorop was in het dorp aan het werk, hij tekende de pastoor, Alphons Ariëns, een idee van Gerard Brom, die later een biografie van de Steenderense pastoor zou schrijven. Als Jan Toorop een portret van de pastoor zou tekenen en daarvan een ets zou worden gemaakt, voor verkoop, kon er heel wat geld worden ingezameld voor het op te richten Dr. Ariëns-fonds, was de gedachte. Toorop stemde in, maar het viel hem tegen. De pastoor tekenen was niet eenvoudig, de beweeglijke snel wisselende gelaatstrekken waren niet gemakkelijk vast te leggen. Maar het lukte, toen Alphons aan zijn bureau zat te zwoegen op de tekst van een redevoering. Het resultaat werd een krachtige, wat scheef staande kop met markante plooien, samentrekkende wenkbrauwen, diepe lijnen aan weerszijden van de mond, spitse, wat uitstekende oren en een dun brilletje. 

Niet iedereen was blij met het resultaat. Was dit hun vrolijke, veerkrachtige jonge Ariëns? Anderen vonden dat het Toorop was gelukt ‘de binnenkant van deze grote man’ in het portret vast te leggen. De actie was geen succes, de etsen bleken moeilijk te verkopen, uiteindelijk zijn ze voor een prikje of soms voor niks weggegeven” (Wim Nijhof, 2014).

Ariëns is lelijk, maar niet zo lelijk

Het Ariëns portret door Jan Toorop is niet zomaar ontstaan. Er zijn vier voorstudies bekend, waarvan er twee in het bezit zijn geweest van arts Frits Banning uit Nijmegen, een belangrijke katholieke drankbestrijder, neef en vriend van Ariëns, en een in het bezit van Gerard Brom (G. Brom, II, pag. 215). Gerard Brom is lyrisch over het portret en schrijft er in zijn biografie over Ariëns in deel II pagina’s vol over. Hij krijgt in 1910 een van de voorstudies van Toorop cadeau, met als opschrift: “Aan Gerard Brom met grote bewondering en hartelijkheid, Nijmegen 1910 Jan Toorop”. Deze drie voorstudies zijn thans in het bezit van het Katholiek Documentatie Centrum te Nijmegen. 

Het Ariënscomité wist niet dat er een vierde voorstudie was tot april 2026. Toen stond opeens op marktplaats bij een kunsthandelaar uit Dordrecht een voorstudie van Alphons Ariëns door Jan Toorop te koop. Hub Crijns is er in geslaagd het portret te verwerven. Dit vierde Ariëns portret als voorstudie is gemaakt op papier met zwart krijt en geeft Ariëns weer, die geconcentreerd aan het schrijven is. De voorstudie lijkt op de voorstudie, die dokter Banning in bezit heeft gehad, en verschilt doordat de omschrijving “pastoor te Steenderen” ontbreekt.

De schrijvende Ariëns is ook het definitieve portret geworden, dat Jan Toorop later na zijn bezoek aan Steenderen thuis uitwerkte. “Als gewoonlijk plantte hij ongeveer in het midden van zijn papier een oog, één enkel oog, dat in de witte ruimte scheen te zweven als een ziel zonder lichaam. Het kenmerkte wel de diepe aard van zijn portretten, zo van dit geestelijk beginsel uit te gaan. Verder omgaf hij de ogen met rimpels die de concentratie van de blik verhoogden, en bouwde nu de kop van beneden naar boven hoe,? langer hoe verder omhoog totdat de schedel – onmisbaar als werkplaats van zoveel ideeën, waarop Ariëns zat te broeien - bijna de rand van het papier raakte. Tenslotte plaatste hij er met zijn handtekening ook de opdracht naast: “Voor het Dr. Ariëns-fonds”, zodat het beeld van de apostel even vol propaganda kwam te zitten als het wezen” (G. Brom, II, pag. 215-216). Het portret is 29,1 cm hoog en 28,6 cm. breed.

De afbeelding van Alphons Ariëns werd door tijdgenoten niet echt gewaardeerd, gezien de opmerkingen van parochianen en vrienden: “Ariëns is niet mooi, maar zo lelijk als Toorop hem gemaakt heeft, is hij nu ook weer niet.” Die mening is het bestuur van het Dr. Ariëns-fonds ook toegedaan, die er meer een Mefisto in ziet dan een priester. De originele prent wordt niet gekocht, al was de opbrengst voor het Dr. Ariëns-fonds bestemd. 

Hoewel Toorop hoopte er een goed handeltje van te kunnen maken, zijn er weinig litho’s gemaakt. Er is een litho van het Ariëns portret door Toorop voor het Ariënscomité bekend. De litho kent een tweede ondertekening “Aan Spoor van J. Toorop 1908 Ams.t)”. Deze litho is in oktober 2019 verkocht via de veilingwebsite catawiki. De originele tekening wordt in 1913 door Toorop aan een niet-katholieke arts W.A. van Leer te Amsterdam verkocht (G. Brom, II, pag. 220). Daarna wordt het door de eigenaar verschillende malen uitgeleend voor Ariëns tentoonstellingen en ten behoeve van reproductie mogelijkheden. Na het overlijden van W.A. van Leer in 1941 is de originele tekening in 1975 door zijn dochter Nina van Leer (1920-1995) met allerlei andere kunstwerken geschonken aan het Rijksmuseum te Amsterdam.

Replica’s van het Ariëns portret niet verkocht

Sobriëtas, de katholieke matigheidsvereniging, heeft ten bate van het Dr. Ariëns-fonds in 1907 twee duizend replica’s of litho’s (A-2 formaat) laten drukken om te verkopen. Het Ariëns portret wordt op het Nijmeegse Congres in oktober 1907 tentoongesteld, en als een bijdrage aan het Dr. Ariëns-fonds worden er enkele reproducties verkocht. Maar Sobriëtas blijft er mee zitten. Zelfs voor een paar gulden wil niemand het Ariëns portret kopen. Verschillende exemplaren worden door kunsthandelaren verkocht, maar vaak niet ten bate van het Dr. Ariëns-fonds. De bijna volmaakte reproducties, door Brom ‘isografieën’ genoemd, hebben geen aftrek, zelfs niet als “Devotieprenten”. Uiteindelijk zijn de prenten onder leden van Sobriëtas verspreid. “Het Secretariaat van Sobriëtas besloot aan allen, die 25 of meer ‘steentjes’ (à 10 cent per stuk) voor het Dr. Ariëns-fonds hebben verkocht, geheel gratis aan te bieden het door Toorop geteekende portret van Dr. Ariëns. Dit portret heeft een handelswaarde van ƒ 3,-” … “eene reproductie echter van duizenden exemplaren stelt het Secretariaat in staat om het nu aan allen, die voor het Dr. Ariëns-fonds werkzaam zijn, geheel gratis aan te bieden” (‘De Kruisbanier’, 15 oktober 1909).

Veranderde waardering

In de loop van de tijd ondergaat de waardering van het Ariëns portret door Toorop een verandering. Voor een deel komt dit doordat Jan Toorop in 1920 aan verschillende drukkers en uitgevers de rechten geeft om van zijn portretten reproducties te maken, zowel grotere litho’s als kleinere ansichtkaarten. Het werk van Toorop krijgt zo een grotere verspreiding, waaronder ook de prent van Alphons Ariëns. In de groeiende werkliedenverenigingen en drankbestrijdingsverenigingen wil men een afbeelding van de stichter in het verenigingslokaal hebben hangen. Afbeeldingen in katholieke media zoals tijdschriften en kranten, met name bij Ariëns herdenkingen, maken het portret bekender, en de weerstand tegen het portret minder.

Ariëns kunst prijsvraag in 1938

In het jaar 1938 richting de tiende herdenking van het overlijden van Alphons Ariëns klinkt de roep om meer beelden van en over Ariëns te hebben. Sobriëtas en het Ariëns-Comité schrijven een prijsvraag onder kunstenaars uit, om met als voorbeeld het Ariëns portret van 1907 door Toorop hun visie op Ariëns weer te geven. Er doen veertig kunstenaars mee, en hun inzendingen zijn in de loop van de tijd bekend geraakt. Er zijn enkele beelden bij: van Bon Ingen-Housz, Charles Vos, Wim Harzing, Henri Jonkers, onbekende kunstenaar ABC400, onbekende kunstenaar Ariëns Rerum novarum beeld, een koperen reliëf door Agaath Cor Kennedy, en meerdere portret tekeningen van o.a. Hub Levigne, Joan Colette, broeder Henri Boelaers OSB, Frans Kops, Jul Terlingen, Herman Moerkerk, Pieter Biesiot, en Ferenc Laszlo Hernady. Er is helaas geen overzicht van de inzendingen van deze prijsvraag gemaakt. De jury onder voorzitterschap van Gerard Brom beslist dat de winnaar van de prijsvraag Jan Toorop (sic!) is, en plaatst het portret op het officiële bidprentje van Ariëns, dat ter herdenking van de tiende jaardag van het overlijden wordt uitgegeven. Nogal wat deelnemende kunstenaars zijn met deze uitkomst niet heel blij, en verschillende proberen daarna hun kunstwerken te gelde te maken. Het Ariëns beeld van Bon Ingen-Housz wordt door de R.K. Werkliedenvereniging omarmd, en er komen opdrachten voor het maken van tenminste 25 beelden. Andere kunstenaars zoals Wim Harzing en Henri Jonkers verkopen zelf hun beelden. Mensen die portretten hebben gemaakt, slijten die aan kranten en tijdschriften. Sobriëtas geeft na de keuze van de jury een nieuwe drukgang litho’s van het Ariëns portret door Toorop uit (A3-formaat), die nu wel goed verkocht worden. Uit deze tijd stammen veel wat grotere ingelijste exemplaren van het Ariëns portret. Naast het bidprentje met de tekening van Toorop worden door het Ariëns-Comité ook bidprentjes uitgegeven met de tekeningen van Hub Levigne en Ferenc Laszlo Hernady. In de eerste drie oorlogsjaren gebruiken Sobriëtas en het bisdom ’s-Hertogenbosch de Ariëns tekening van broeder Henri Boelaers OSB voor de vastenactie.

Het zaligverklaringsproces 1958-1965 en erna

Sinds zijn overlijden op 7 augustus 1928 heeft de roep om heiligheid van Alphons Ariëns geklonken. Al in 1928 ontstaat het Ariëns-Comité, dat ijvert voor de zalig- en heiligverklaring. Het duurt tot augustus 1958 eer aartsbisschop Alfrink het diocesane proces voor de zaligverklaring opent, en dit duurt voort tot 1965. Op de bidprentjes, die in die jaren worden uitgegeven, komt naast foto’s van Ariëns uit Enschede, Steenderen en Maarssen, ook steevast het Ariëns portret van Toorop voor. In de media van die tijd is het Toorop portret vaste prik als het om Ariëns gaat. Het Ariëns-Comité geeft in 1959 een derde serie reproducties (A-4 formaat) uit, die zich in ingelijste vorm kenmerkt door een kleinere afbeelding met alleen het portret zonder buitenrand. Als na 1965 het zaligverklaringsproces in Rome wordt voortgezet in de apostolische fase, blijft de Toorop tekening van Ariëns het goed doen op bidprentjes en in de media, niet alleen in de katholieke maar ook algemeen. Als later de jaren van het internet ontstaan, is het Toorop portret van Ariëns altijd de eerste prent, die tevoorschijn komt, zie ook op de encyclopedie wikipedia. De tekening is niet meer weg te denken in de geschiedenis van Alphons Ariëns, en dat zal ook in de toekomst wel zo blijven. Gerard Brom zou er heel tevreden over zijn.

Literatuur:

Steentjes voor het Dr. Ariëns-fonds’, in: ‘De Kruisbanier’, 14(1909)7, 15 oktober 1909, rubriek ‘propagandanieuws’, pag. 6; https://resolver.kb.nl/resolve?urn=MMKDC10:210423037:00006, gelezen op 26 april 2026. 

G. Brom, ‘Ariëns portret’, in: ‘Katholiek Sociaal Weekblad, 6(1926)33, 7 aug., pag. 369.

G. Brom, ‘Alfons Ariëns’, Deel I en vooral Deel II, Urbi et Orbi Amsterdam, 1941.

Wim Nijhof, ‘Geschiedenis van Enschede’, 2014, hoofdstuk 18 ‘Kapelaan Alphons Ariëns, ‘Mens van koninklijke liefde’’. https://www.rijksmuseum.nl/nl/collectie/object/Portret-van-Dr-Ariens--e5a59b621d8849d66445825c51676a7e, gelezen op 26 april 2026.

https://jantoorop.com/ariens-is-niet-mooi-maar-zo-lelijk-als-toorop-hem-gemaakt-heeft-is-hij-ook-niet/, gelezen op 26 april 2026. 

https://nl.wikipedia.org/wiki/Alfons_Ari%C3%ABns, gelezen op 26 april 2026. 

Illustraties

Beschrijving van de foto’s zijn tevens het onderschrift, behalve het nummer van de desbetreffende illustratie.

01 Ariëns voorstudie A Toorop 1907 (bezit F Banning via G Brom nu KDC Nijmegen)

02 Ariëns voorstudie A Toorop 1907 (bezit F Banning via G Brom nu KDC Nijmegen)

03 Ariëns voorstudie C door Jan Toorop 1907 (Bezit G Brom nu KDC Nijmegen)

04 Ariëns voorstudie D door Jan Toorop 1907 (collectie Hub Crijns foto 2026)

05 Alphons Ariëns door J Toorop 1907 (foto Rijksmuseum Amsterdam 2026)

06 Litho Alphons Ariëns door Toorop aan Spoor 1908 (foto catawiki 2019)

07 Alphons Ariëns litho Sobriëtas 1907 A2-formaat (Collectie Hub Crijns foto 2026)

08 Alphons Ariëns litho Sobriëtas 1938 A3-formaat (Dienst Communicatie Aartsbisdom Utrecht foto 2023)

09 Alphons Ariëns litho Ariënscomité 1959 A4-formaat Bezit Zuster Stanislaus (Collectie Hub Crijns foto 2024)

Foto's:

01 Ariens voorstudie A door Jan Toorop 1907   02 Ariens Voorstudie B door Jan Toorop 1907   03 Ariens Voorstudie C door Jan Toorop 1907   04 Ariens voorstudie D door Jan Toorop 1907   05 Alphons Ariens door Jan Toorop 1907   06 Litho Alphons Ariens door Jan Toorop aan Spoor 1908   07 Alphons Ariens litho Sobrietas  1938 A2 formaat   08 Alphons Ariens litho Sobrietas  1938 A3 formaat   09 Alphons Ariens litho Arienscomite  1959 A4 formaat  

icon1

 

 

  • Steun het Ariëns Comité: NL67 RABO 0118 0417 38