Publicatie Kort&Bondig in OpTocht nr 37 2026
![]()
Alphons Ariëns als pastoor te Steenderen (1901-1908)
Hub Crijns is vice-voorzitter van het Ariënscomité
Als kapelaan Alphons Ariëns op 20 mei 1901 de brief van aartsbisschop Van de Wetering opent en ziet dat hij benoemd is tot pastoor in Steenderen in Gelderland flitsen er twee gedachten door hem heen. Eindelijk pastoor! Oei, weg uit Enschede! Ariëns is 41 jaar en heeft in Enschede een bewogen leven achter de rug.
Eindelijk pastoor
Als zijn benoeming tot pastoor in Steenderen nabij Zutphen afkomt, weet Ariëns dat zijn bisschop Van de Wetering en de adviseur van het aartsbisdom Utrecht voor zaken van de werkliedenbeweging, de priester-politicus Herman Schaepman, niet gelukkig met hem zijn. Ze hebben van hem gevraagd zich niet meer met kwesties van de arbeidersbeweging buiten Enschede te bemoeien en daarmee heeft hij ingestemd. De kapelaan weet in die meimaanden ook dat hij persoonlijk bankroet is. Zijn loyaliteit en solidariteit met de arbeiders hebben hem aan de grenzen van zijn financiële mogelijkheden gebracht. Enschede reageert geschokt. In bijna alle boeken over Alphons Ariëns gaat men er vanuit dat hij min of meer ‘weggestopt’ is naar Steenderen, omdat hij lastig zou zijn in de sociale politiek. “Veertiende statie: Jezus wordt in een stenen graf gelegd”, zei Ariëns’ vriend, de ondernemer Vlekke, als deze voor het eerst in Steenderen op bezoek komt (G. Brom, ‘Alfons Ariëns’, II pag. 8). Velen in Enschede en in Nederland vinden de benoeming tot pastoor in Steenderen een schoolvoorbeeld van ‘wegpromoveren’.
Pastoor in Steenderen
Als pastoor in Steenderen in Gelderland komt Ariëns na zijn enerverende jaren in Enschede tot rust. De Sint Willibrordparochie is een kleine parochie, een eenmanspost, en de pastoors uit de omliggende dorpen helpen elkaar, zo leert de praktijk..
De bevolking van Steenderen bestaat in die dagen uit een mengeling van grote en
kleine boeren. De enige vorm van industrie bestaat uit de in 1898 opgerichte coöperatieve melkfabriek. Her en der verspreid over de gemeente staan negen windmolens, die zorgen voor de waterhuishouding en het malen van graan. Veel mensen verdienen hun boterham met kleinschalige nijverheid, zoals kleermakers, timmerlieden en metselaars, schilders en smeden.
In het dorp is de Zutpen-Emmerikseweg reeds verhard en vanaf het begin van de eeuw
rijdt er een tram langs deze weg, met halteplaatsen in Baak en Toldijk. In Dieren en Brummen kan men op de trein stappen, na in Olburgen of Bronkhorst met de pont de IJssel overgestoken te zijn. De mensen verplaatsen zich te voet en met paard en wagen, een enkeling per fiets. Pastoor Ariëns fietst veel in zijn nieuwe parochie en als hij de trein wil halen via de pont naar Dieren of Brummen.
Pastorale arbeid opgepakt
Door de komst van pastoor Ariëns naar Steenderen wordt het dorp op de kaart gezet: vele bekenden uit Enschede en Nederland bezoeken hem; en de postbode maakt overuren met het bezorgen van de stapels post die aan de pastorie geadresseerd zijn. Alleen al in de eerste twee maanden komen meer dan zestig mensen op bezoek.
De priester Ariëns kan in dit rustige dorp zijn pastorale en sociale hart ophalen. Hij volgt wederom zijn werkmethode, die hij in de beginjaren in Enschede gevolgd heeft. Op huisbezoek gaan en kennismaken met de mensen in het dorp. Eigenhandig tekent hij een plattegrond van zijn gemeente, waarop de verspreide huizen van zijn parochianen met naam aangeduid staan. Hij geeft aandacht aan het gezin, de werkomstandigheden, de sociale wereld en de wereld van de politiek. Daarbij brengt hij de mate van het geloof bij zijn parochianen in kaart. Al heel snel richt hij in 1901 het Kruisverbond op. Op het vaandel van het Kruisverbond in de kerk staat 8 september 1901. Ook richt hij vrij snel de vrouwelijke tak daarvan op, de Mariavereniging, die in Steenderen een actief leven gaat leiden. De Sint Annavereniging richt hij op voor (groot)ouders en kinderen. Dit zijn allemaal drankbestrijdingsverenigingen. Voor de oprichting van een Werkliedenvereniging doet hij veel moeite, maar het lukt hem niet. Het duurt tot na 1919, voordat er in Steenderen een afdeling komt van de Sint Joseph Katholieke Arbeiders Beweging, nadat de bisschoppen het lidmaatschap van de R.K. Werkliedenvereniging verplicht hebben gesteld voor de leden van de K.A.B.. Wel richt hij op 5 juni 1903 in Gaanderen een afdeling van de R.K. Metaalbewerkersbond op.
Vol overgave legt Ariëns zich toe op zijn pastoorschap: het nadenken over, uitschrijven en overschrijven van zijn preken in schriften, catechismusonderwijs, huisbezoek, het bijstaan van parochianen in hun geestelijke en materiële nood, het preken over de missie. Over de bevordering van het geloofsleven en de intensivering van het parochiële leven correspondeert hij met velen in Nederland en de wereld. Hij leert zijn parochianen het Onze Vader thuis te bidden en laat door de Provinciaal van de Dominicanen op Allerzielen 1903 de Broederschap van de Levende Rozenkrans in zijn parochie stichten. Hij bevordert het geregeld Misbezoek, roept op de zondag te heiligen, en maakt veel werk van de Eerste Communie van de kinderen. Als Paus Pius X de veelvuldige Communie in 1907 aanbeveelt, roept pastoor Ariëns zijn mensen daartoe op. Hij laat het kerkgebouw en de banken schilderen en verfraait het met een H. Hartbeeld, een kruisweg en een communiebank. Voor de dorpsjeugd sticht hij een Patronaat, en voor de ouderen in 1906 ook in Steenderen een volkshuis Concordia.
Rustige parochie zonder grote tegenstellingen
Er is in Steenderen geen arbeidersvraagstuk zoals in Enschede aanwezig. Wel berispt Ariëns in alle vrijheid boeren vanwege het karige loon dat zij hun arbeiders uitbetalen. Of hij spreekt de gemeente aan over het te lage loon van de arbeiders. In 1903 is het mede aan zijn inspanningen te danken dat de gemeentearbeiders van Steenderen loonsverhoging krijgen en meer vrije dagen. Volgens getuige W. Verheij uit Steenderen tijdens het diocesane zaligheidsverklaringsproces 1958-1965 was Ariëns bij de armen die hij hielp dan ook meer geliefd dan bij de boeren
Ariëns gaat zich thuis voelen op het platteland en zegt in zijn preken zich boer met de boeren te voelen. Hij gebruikt in zijn preken agrarische beelden rond het zaaien en het maaien en de bloemen op het veld. Ariëns wordt meer en meer gewaardeerd om zijn inzet voor de armen. Nog altijd is in Steenderen het verhaal bekend dat hij de postbode, die zijn werk lopend moest doen, zijn eigen nieuwe fiets cadeau gaf, die hij gekregen had van de mensen, die vonden dat de pastoor een betere fiets verdiende dan die waarop hij rondfietste. Het verhaal staat in meerdere versies in ‘Herders zonder bokken’ (pag. 57-59). Pastoor Ariëns is over het algemeen zeer tevreden over zijn parochianen. Ze zijn trouwe kerkbezoekers en hij noemt, ook jaren na zijn vertrek uit Steenderen, de bevolking ‘buitengewoon braaf’, een woord dat in Ariëns’ mond geen negatieve bijklank heeft. “Onder mijn schapen zijn maar heel weinig bokken, misschien zelfs niet één”, is een uitspraak die in 2001 in aangepaste vorm de titel wordt van het boekje ‘Herder zonder bokken’ over zijn Steenderense periode.
De Mariavereniging
Ariëns heeft al in 1901 in Steenderen de Mariavereniging opgericht en deze heeft een bloeiend leven ontwikkeld. Ariëns steekt zoals gewoonlijk veel tijd in de vorming van de leden en nodigt ook sprekers van elders daartoe uit. De doelstelling van de Mariavereniging is drieledig: 1. Het terugdringen van het drankgebruik. De leden beloven geen alcohol te gebruiken, in ieder geval geen jenever. 2. Gezond leven. De leden leren hoe gezond te leven en de kinderen een gezonde opvoeding te geven. 3. Samen ontspannen. De leden komen met elkaar en andere vrouwen in contact op vergaderingen en ontspanningsbijeenkomsten. Ariëns legt op alle drie de doelen nadruk. Al doende leren en ontwikkelen de vrouwen zich. Vooral de voorlichting rond gezond leven, hygiëne en medische zorg krijgt veel aandacht. Uit het werk van de Mariavereniging in Steenderen is waarschijnlijk de latere kruisvereniging geboren. Want al in 1903 noemt Ariëns in een toespraak dat de Mariavereniging vrij is om een magazijn met verplegingsartikelen voor zieken op te richten. Mensen kunnen lid worden van de ‘Vereniging ziekenzorg’ en zo het werk financieel steunen. Op 17 juni 1905 zijn er blijkens een krantenartikel in de ‘Doesburgsche Courant’ al 119 betalende leden, die gratis medische artikelen kunnen gebruiken. Ook kunnen leden thuis ziekenverpleging krijgen, waarbij de leden van de Mariavereniging helpen. Er is zelfs al een gesprek gaande om een verpleegster erbij te halen, maar dat is nog een (te dure) stap. Hier wordt dus al gesproken over een vorm van thuiszorg in Steenderen. Het ontstaan van het Wit-Gele Kruis is later, als Ariëns pastoor is in Maarssen, maar hij heeft in de praktijk in Steenderen de eerste aanzetten daarvoor gegeven. (M. Schotman-Harmsen, ‘Herder zonder bokken’, pag. 33-37).
Sobriëtas en drankbestrijding
Ariëns vormt zich door te doen, in de eerste plaats tot pastoor, leert hoe om te gaan met de mensen, en kan na enige tijd plannen hoeveel tijd zijn parochie hem nodig heeft. Hij investeert veel energie in de drankbestrijding, zowel landelijk als plaatselijk te Steenderen. In het dorp van drieduizend zielen zijn zeventien openbare en acht geheime vergunningen. Nadat hij de lotgevallen van honderd willekeurige huishoudens gedurende de afgelopen 25 jaar heeft onderzocht en heeft ontdekt dat daarvan maar liefst zeventien gezinnen door drank ten onder zijn gegaan, zorgt hij ervoor dat er in Steenderen niet meer vergunningen werden afgegeven voor drankhuizen. (G. Brom, ‘Alfons Ariëns’, II, pag. 49).
Een bekend feit is, dat Ariëns diverse mensen in Steenderen van de drank af weet te
krijgen. Er is in Steenderen een gezin waarvan de ouders, eigenaren van een winkel, beiden teveel drinken. Parochianen zeggen tegen Ariëns: “Pastoor, als het U lukt om die van de drank af te krijgen, dan bent U heel wat mans.” Het lukte! Ze drinken geen druppel meer, tegen alle verwachtingen in. In Steenderen wordt verteld, dat Ariëns geholpen heeft de “Goedkoope winkel” in de Dorpsstraat op te zetten. Het is in Steenderen in 2001 moeilijk te achterhalen of dit om hetzelfde gezin gaat. Ook een onderwijzer raakt door Ariëns’ inmenging van de drank af, en kan zijn werk op de school voortzetten.
Ariëns zet zijn Kruisverbond aan het werk en weet er “een centrale voor allerlei kracht” van te maken. Zo laat hij onder de 66 gezinnen van zijn parochie drie portefeuilles met lectuur rondgaan, waardoor verschillende mensen abonnee worden van katholieke bladen. Door het lezen van goede lectuur wil hij de mensen tot godsdienstige ontwikkeling laten komen. Later stelt hij voor de katholieken de “Alfons Ariëns bibliotheek” samen. Deze is geopend voor uitleen op de zondagmorgen na de kerk. Daarin boeken als het Evangelie, de ‘Navolging van Christus’, Franciscus van Sales ‘Inleiding tot hert Godsdienstig Leven’, en Alfonsus van Ligori’s ‘Bezoeken aan het H. Sacrament’ (G. Brom, ‘Alfons Ariëns’, II, pag. 49).
Zilveren priesterjubileum
Op 15 augustus 1907 is de pastoor 47 jaar en hij viert zijn 25 jaar priesterschap met de hele parochie. Voor het feest laat de pastoor een nieuwe toog maken en andere kleding opknappen. Zijn familie komt, evenals zijn vrienden Gisbert Brom, pater Rijken en pastoor Sloet. Velen feliciteren de pastoor met zijn feest. De zussen Clara Fischer-Ariëns en Elisabeth Goossens-Ariëns regelen het jubileum. En met de priesters van zijn wijdingsklas in 1882 viert hij samen hun zilveren priesterfeest. Na afloop schrijven de zussen de jubileumkaarten met een foto van Ariëns als dank voor de felicitaties. Het parochiegeschenk is een bedrag om het kerkgebouw te schilderen.
Het nationale geschenk bestaat uit een sanatorium voor drankzuchtigen en de financiering geschiedt via het Dr. Ariënsfonds. Jan Toorop tekent (op voorstel van een jonge vriend) het bekende Ariëns-portret in zwart krijt, dat verkocht zal worden ten bate van dit fonds. Het portret door Toorop valt in 1907 bij weinigen in de smaak. In ieder geval niet bij het bestuur van het Dr. Ariënsfonds, die er meer een Mefisto in ziet dan een priester. Het werk wordt niet gekocht, al was de opbrengst voor het fonds bestemd. Het originele werk wordt in 1913 aan een niet-katholieke arts W.A. van Leer te Amsterdam verkocht (G. Brom, ‘Alfons Ariëns’, II, pag. 220). Sobriëtas heeft in voorbereiding duizenden litho’s replica’s gedrukt om ten bate van dit Ariënsfonds te verkopen, maar blijft er mee zitten. Zelfs voor een paar gulden wil niemand het portret kopen. Uiteindelijk zijn de prenten onder leden van Sobriëtas verspreid.
Benoeming naar Maarssen
Op 18 augustus 1908 wordt Alphons Ariëns door de Aartsbisschop benoemd tot pastoor in Maarssen. Hij is thuis gegroeid in Steenderen en de nieuwe benoeming benauwt hem. Eigenlijk hoopte hij dat hij de dans zou ontspringen, maar het is gedaan met zijn werkperiode in Steenderen.
Literatuur:
G. Brom, ‘Alfons Ariëns’, Deel I en vooral Deel II, Urbi et Orbi Amsterdam, 1941.
Henri ten Have, ‘De liefde van Christus laat ons geen rust. Een spirituele biografie van Alphons Ariëns’, Valkhof Pers, 2008.
M. Schotman-Harmsen, ‘Herder zonder bokken. Alphons Ariëns pastoor van Steenderen 1901-1908’, Parochie Sint Willibrord Steenderen, 2001.
Illustraties
Foto 01: Ariëns rond 1905 in Steenderen Fotograaf onbekend

Bijschrift: Pastoor Ariëns rond 1905 in Steenderen (Fotograaf onbekend)
Foto 02: Ariëns in Steenderen pastorie met Th Huising 1904 Unitasdebat

Bijschrift: Pastoor Ariëns ontvangt in Steenderen in de pastorie op bezoek Th Huising 1904 Unitasdebat
Foto 03: Alfons Ariëns door Toorop 1907

Bijschrift: Pastoor Alfons Ariëns door Toorop 1907
Foto 04: Ariëns bedank briefkaart zilveren priesterfeest 1882-1907

Bijschrift: Bedank briefkaart van Ariëns na zijn zilveren priesterfeest 1882-1907
![]()